Evenementen
Shows
Fokkers
Charter
Puppies
Dekreuen
Redding
Linken
Presentatie
Bestuur
Statuten
Presentatie
Bestuur
Statuten
Lidmaatschap
Standaard
Ludiek
Tentoonstelling
Lidmaatschap
Ludiek
Home
Evenementen
Shows
Charter
Fokkers
Dekreuen
Puppies
Nieuws
Beschikbaar
Linken
Home
Contact
Nieuws
Contact
Standaard
BELGISCHE ENGELSE BULLDOG CLUB

Standard FCI N°149  / 16. 04. 2004 / NL

BULLDOG

VERTALING : Ammann G. Eric
OORSPRONG : Verenigd Koninkrijk
DATUM VAN PUBLICERING VAN DE STANDAARD IN VOEGE :
24.03.2004.
GEBRUIK : Verdediging en gezelschap
F.C.I. CLASSIFICATIE : Groep 2 : Pinkster en Schnauzer - Molossers -  Zwitserse berg en veedrijvershonden en andere rassen
Sectie 2.1 : Molosser rassen, Mastiff- en dogachtigen.
Zonder werkproeven.

ALGEMENE VERSCHIJNING :
Gladharige, fors gebouwde hond, tamelijk laag op de benen, breed, krachtig en gedrongen. Het hoofd tamelijk massief en groot in verhouding tot de grootte van de hond. Geen onderdeel mag zozeer overheersen dat het de algemene symmetrie afbreuk doet of de hond misvormd doet schijnen of zijn beweegkracht belemmert. Het gezicht kort, zijn snuit breed, stomp en opwaarts gebogen. Ademhalingsmoeilijkheden is een eliminerende fout. Zijn lichaam kort, goed gevormd zonder neiging tot zwaarlijvigheid, de ledematen fors, goed gespierd, atletisch. De achterhand hoog en sterk maar enigszins licht in verhouding tot zijn zwaar gebouwde voorhand. De teef is niet zo imponerend noch zo goed ontwikkeld als de reu.

KARAKTERISTIEKE INDRUK / TEMPERAMENT :
De hond moet een indruk geven van vastberadenheid, kracht en activiteit. Waakzaam, ondernemend, trouw, zelfzeker, moedig, onbevreesd voorkomen maar aanhankelijk van aard.
Hoofd : Van opzij gezien moet het hoofd zeer hoog en kort zijn, vanaf de achterzijde tot aan de punt van de neus. Het voorhoofd is vlak ; het vel op het voorhoofd en hoofd los en licht gerimpeld. Het voorhoofd is niet vooruitstekend, steekt dus niet over het gelaat uit. De voorhoofdsbeenderen zijn vooruitstekend, breed, vierkant en  hoog. Vanaf de stop loopt een brede en diepe groef tot het midden van de schedel en moet te volgen zijn tot de top van de schedel. Het gezicht van jukbeen tot de neus is kort en de huid ervan gerimpeld. De afstand van de binnenhoek van het oog (of van het middenpunt van de stop tussen de ogen) tot de uiterste punt van de neus mag niet groter zijn dan de afstand van de uiterste punt van de neus tot de hoek van de onderlip.  

SCHEDELGEDEELTE :
Schedel :
Stevige schedel. Van voren gezien lijkt hij zeer hoog van de hoek van de onderkaak tot het hoogste punt van de schedel, ook zeer breed en vierkant.
Stop : Een diepe en brede inzinking tussen de ogen is vereist.

GELAATSGEDEELTE :
Gezien vanaf de voorkant moeten de verschillende proporties van het gezicht volkomen gelijk aan elkaar zijn als men een denkbeeldige lijn trekt van de top van de schedel naar de punt van de onderkaak.
Neus : Neus en neusgaten moeten groot, breed en zwart zijn en onder geen voorwaarde leverkleurig, rood of bruin. De top ligt terug naar de ogen toe. De neusgaten moeten groot, breed en wijdopen zijn met daar ­tussen een duidelijk zichtbare rechte, verticale lijn.
Snuit : De snuit moet kort, breed, opwaarts gebogen en zeer diep van de ooghoek tot de hoek van de mond zijn. De rimpel op de neus mag de terugvallende neuslijn  (layback) niet vervormen.
Lippen : De bovenlippen moeten dik, breed en zeer diep neerhangen. Zij moeten aan de zijkanten doch niet van voren geheel over de onderkaak reiken. Zij moeten van voren tot aan de onderlip komen en de tanden geheel bedekken.
Kaken/Tanden : De kaken moet breed, massief en vierkant zijn. De onderkaak moet onder de bovenkaak uitsteken en opwaarts gebogen zijn. De zes kleine snijtanden moeten tussen de hoektanden zitten in een regelmatige rij. De hoektanden moeten zich goed ver van elkaar bevinden. De tanden moeten groot en sterk zijn en mogen niet zichtbaar zijn als de mond gesloten is.
Vanaf de voorkant gezien moet de onder­kaak recht onder de bovenkaak zitten en hieraan parallel zijn.
Wangen : De wangen moeten goed rond zijn en zijdelings voorbij de ogen uitsteken.
Ogen : Van voren gezien moeten de ogen laag in de schedel liggen, zover mogelijk van de oren verwijderd. De ogen en de stop moeten in een rechte lijn liggen, loodrecht op voorhoofden hoofdgroef. Zij moeten zover mogelijk van elkaar staan, maar de buitenste hoeken moeten wel binnen de buitenste lijnen van de wangen liggen. Zij zijn rond van vorm, matig groot, niet diepliggend noch uitpuilent, en moeten in kleur zeer donker, bijna zwart zijn. Zij mogen geen wit tonen (sclerotisme) als zij recht vooruit kijken. Er mag geen oogbeschadiging zijn.
Oren : De oren moeten hoog aangezet zijn. Met andere woorden, de voorste binnenrand van elk oor moet van voren gezien de buitenste lijn van de schedel bij de hoek van die omtreklijn ontmoeten, zodat zij zo ver mogelijk uit elkaar liggen en zich zo hoog en zo ver als mogelijk van de ogen bevinden. Zij moeten klein en dun zijn. Het “rozenoor” is de correcte oordracht, wat wil zeggen dat de bovenkant van het oor zich achterwaarts naar het hoofd toe plooit en de onderkant van het oor zich naar buiten toe draait zodat een gedeelte van de binnenkant van de oorschelp en een deel van het inwendige oor zichtbaar worden.

HALS :
De hals moet van gemiddelde lengte zijn, zeer zwaar, sterk en krachtig aan de aanzet. In profiel moet hij een bolle lijn vormen met van aan de keel veel los, dik gerimpeld vel dat aan weerszijden vanaf de onderkaak wammen vormt tot aan de borst.

LICHAAM :

Ruglijn : Direct na de schouderhoogte doet zich een lichte daling voor in de ruglijn (de hond zijn laagste punt) die daarna terug stijgt naar de lendenen (deze moeten dus hoger zijn dan de schouders) en daarna bruusk naar de staart afbuigt, aldus een boog vormend (de zogenaamde "roach") die een bijzon­der kenmerk is van het ras.
Rug : De rug is kort en sterk, breed bij de schouders en betrekkelijk smal bij de lendenen.
Borst : De borst is breed met ronde zijden, in het oog vallend en zeer diep. Ronde ribben tot achteraan de thorax.
De borstkas is ruim, rond en zeer diep zijn van het hoogste punt van de schouders tot het laagste punt waar zij met het borstbeen de borst vormt. De borstkas moet goed tussen de voorbenen in hangen. Groot in omtrek, rond achter de voorbenen en niet plat in de zijden. De ribben moeten goed gewelfd zijn.
Buik : Opgetrokken, niet hangend.
Staart : Laag aangezet, uitspringend van het lichaam, eerder recht, en daarna neerwaarts buigend.  Hij moet rond zijn, glad en zonder franje of ruwe haren. Van matige lengte, eerder kort dan lang, dik bij de wortel en snel afnemend tot een dunne punt. Hij moet neerwaarts gedragen worden, zonder extreem opwaartse krul. Hij mag nooit boven de rug gedragen worden.

LEDEMATEN :
Voorhand :
De voorbenen moeten zeer stevig en sterk zijn. Goed ontwikkeld en ver uit elkaar geplaatst, fors, gespierd en recht ; zij vertonen een wat gebogen buitenlijn maar de botten van de benen moeten zwaar en recht zijn, niet krom of O-benig. Kort in verhouding tot de achterbenen, maar niet zo kort dat de rug er lang door schijnt of dat het de beweeglijkheid van de hond hindert en hem slecht ter been maakt.
Schouders : De schouders moeten breed, schuin en laag zijn, zeer sterk en gespierd, en de indruk geven alsof zij aan het lichaam zijn aangehecht.
Ellebogen : De ellebogen moeten laag zijn en goed vrij van de ribben staan.
Middenvoeten : Kort, recht en sterk.
Achterhand : De achterbenen moeten groot en gespierd zijn en in verhouding langer dan de voorbenen, zodat de lendenen hoger komen te staan. Lang en gespierd vanaf de lendenen tot aan de sprongen, onderbenen kort, recht en sterk
Kniegewrichten : Rond en lichtelijk van het lichaam afstaand.
Hakken : Neigen naar elkaar en de achtervoeten draaien hierdoor naar buiten. De hakken zijn lichtelijk gebogen en goed afdalend.
Voeten : De voorvoeten zijn recht en iets naar buiten draaiend, van middelmatige grootte en tamelijk rond. De achtervoeten rond en compact. De tenen compact en stevig, zijn goed afgescheiden waardoor de knokkels hoog en in het oog vallend zijn.

GANGWERK :

Het gangwerk is merkwaardig zwaar en gedrongen waardoor het lijkt of hij met korte, snelle stappen  op de toppen van zijn tenen loopt en zijn achtervoeten nauwelijks opheft, maar daarme­de over de grond schijnt te slepen. Hij loopt steeds met een van beide schouders tamelijk vooruit. Correct gangwerk is uiterst belangrijk.

BEHARING :

Haren : Moeten fijn van samenstelling, kort, dicht en glad zijn. Slechts in schijn hard omdat zij kort en dicht ingeplant zijn (zeker nooit ruw).
Kleur : Eenkleurig of eenkleurig met een zwart masker of een zwarte snuit (smut). De kleuren moeten helder, glanzend en in hun soort zuiver zijn, namelijk ; gestroomd, rood met zijn verschillende variëteiten, wildkleurig, vaalbruin, enz., witten en witgevlekte ( dit wil zeggen, een van de genoemde kleuren met wit).
Dudley : leverkleurige neus.
Zwart : Zwart en zwart met brand is hogelijk ongewenst.

GEWICHT :

25 kg voor een reu (55 Ibs) en 23 kg  voor een teef (50 lbs)

FOUTEN :

Elke afwijking van de voorgaand genoemde punten moet als een fout beschouwd worden en het oordeel over de belangrijkheid van de fout moet in evenredigheid en haar effect op de gezondheid en het welzijn van de hond geveld worden. 
De keurmeesters worden verzocht deze standaard nauwgezet te volgen en eveneens rekening te houden met de hierna vernoemde fouten bij hun beoordeling. 
FOUTEN :
-Over de neus vallende of de neus gedeeltelijk bedekkende neusrimpel.
ELIMINERENDE FOUTEN :
-Angstige of agressieve hond.
-Honden in ademnood.
-Ingegroeide staart.

Elke hond, zichtbaar lichamelijke gebreken of gedragstoornissen vertonend moet gediskwalificeerd worden.

N.B. :
Reuen moeten duidelijk twee geheel in het scrotum afgedaalde normale testikels hebben.
STANDAARD
Naar begin pagina
Naar begin pagina
OO
Tentoonstelling